L2 Geldvoorraad die bij een oud volk hoort
In de geschiedenis van de mensheid hebben vele beschavingen bestaan die elk hun eigen manier hadden om economie te bedrijven. Een van de belangrijkste onderdelen van economie is geld. Geld werd oorspronkelijk in de vorm van ruilhandel gebruikt, maar na verloop van tijd ontstonden er verschillende soorten geld die elk hun eigen betekenis hadden. In dit artikel gaan we kijken naar de L2 geldvoorraad die bij een oud volk hoort.
De L2 geldvoorraad is een munteenheid die voornamelijk werd gebruikt door de Inca’s in Zuid-Amerika. Het was de belangrijkste vorm van geld die werd gebruikt door dit volk en werd ook wel “quipu” genoemd. Een quipu was een touw waarop knopen werden gemaakt die een bepaalde betekenis hadden. Zo konden bijvoorbeeld de hoeveelheid belastingen die iemand moest betalen of het aantal lama’s dat iemand bezat worden bijgehouden.
Het was niet alleen een betaalmiddel, maar ook een manier om informatie te bewaren en door te geven. De quipu’s werden bewaard in speciale gebouwen waar alleen de priesters toegang toe hadden. Deze priesters waren verantwoordelijk voor het bijhouden van de quipu’s en het verifiëren van elk touw dat werd ingeleverd.
De L2 geldvoorraad was niet de enige vorm van geld die de Inca’s gebruikten. Ze hadden ook munten van zilver en goud, maar deze waren voornamelijk bedoeld voor de handel met andere volkeren. De quipu’s daarentegen werden voornamelijk gebruikt binnen de Inca-gemeenschap zelf.
De L2 geldvoorraad had een grote invloed op de economie van de Inca’s. Er was bijvoorbeeld weinig sprake van inflatie, omdat de waarde van de quipu’s niet zomaar kon worden veranderd. Ook was het gemakkelijk om lange afstanden te overbruggen, omdat alle informatie op het touw stond. Dit was vooral handig voor het heffen van belastingen en het bijhouden van voedselvoorraden.
Hoewel de L2 geldvoorraad niet meer wordt gebruikt, is het zeker een interessante toevoeging aan de geschiedenis van geld. Het laat zien dat er vele verschillende manieren zijn om economie te bedrijven en dat elke beschaving zijn eigen unieke manier had om geld te gebruiken en te waarderen.