De Spaanse Armada (armada is Spaans voor ‘gewapende’ vloot) is de vloot waarmee de Spaanse koning Filips II tijdens de Spaans-Engelse Oorlog probeerde Engeland binnen te vallen in het voorjaar en de zomer van 1588. De vloot voer vanuit Spanje door Het Kanaal om een invasieleger te gaan begeleiden dat op schuiten van Vlaanderen naar Engeland overgezet moest worden. Bij aankomst bleek dat leger zich niet te willen inschepen omdat Nederlandse schepen de havens blokkeerden. Kort daarop werd de wachtende Armada aangevallen en uiteengeslagen door de Engelse vloot. Ze raakte daarbij zo zwaar beschadigd dat besloten werd met een omweg rond Schotland weer naar huis terug te keren. Op de terugreis vergingen veel schepen op de Ierse kust. De mislukking was een ernstige tegenslag voor Filips, maar de Spaanse zeemacht herstelde zich in de jaren daarna weer snel.
welke engelse zeevaarder versloeg in 1588 de spaanse armada?
In Nederland spreekt men ook van een Tweede Armada uit 1639, die echter alleen tot doel had troepen naar Vlaanderen te brengen.
welke engelse zeevaarder versloeg in 1588 de spaanse armada?
Met de invasie wilde Filips II de protestantse Engelse koningin Elizabeth I ten val brengen en zelf de Engelse troon in bezit nemen. De Spaanse handelsvloten en vooral de zilver- en goudtransporten uit Amerika werden regelmatig aangevallen door Engelse en Nederlandse kapers en piraten, meestal in directe opdracht van de Engelse hoge adel en kroon en met gebruik van uitgeleende Engelse oorlogsschepen. Daarbij verleende Elizabeth in het begin van de Tachtigjarige Oorlog geheime steun aan de opstandelingen in de Nederlanden. Toen Filips zich in 1580 door een militaire interventie op de Portugese troon zette, verwierf hij daarmee de zeemacht die nodig was om Engeland effectief te bestrijden. Al op 9 augustus 1583 suggereerde de Spaanse admiraal Álvaro de Bazán een ambitieus plan voor de invasie van Engeland met een vloot van 556[5] schepen en 94 000 opvarenden; de kosten, begroot op 3,8 miljoen dukaten, kon de Spaanse schatkist echter niet dragen. Op 30 augustus 1585 begon Elizabeth de Nederlandse Republiek openlijk te steunen met het Verdrag van Nonsuch. Daarna werd de Engelse kaper Francis Drake uitgezonden voor een plundertocht langs de Spaanse noordkust. Hoewel er nooit uitdrukkelijke oorlogsverklaringen zouden volgen, beschouwde Filips zich hierna in staat van oorlog met Engeland.
Alessandro Farnese, de bevelhebber van de Habsburgse troepen in de Nederlanden, kwam nu met een veel goedkoper plan om Engeland binnen te vallen: hij zou zijn leger van 34 000 man samentrekken bij Duinkerken, waarna het in één nacht op zevenhonderd schuiten overgezet kon worden, beschermd door slechts 25 oorlogsbodems. Dat vond Filips echter veel te gewaagd en hij begon eigenhandig beide plannen te combineren: een middelgrote oorlogsvloot, zelf vergezeld van een klein landingsleger, moest Farneses grote leger convoyeren naar Engeland.